Vijf vragen aan: Joep van de Bool van biologische tuinderij 'De Woag'

In vijf vragen aan.. komt iedere maand een innovator uit de Limburgse agrofood aan het woord door vijf vragen kort te beantwoorden. Deze innovator geeft het stokje vervolgens door aan de volgende innovator, om de volgende maand de vijf vragen te beantwoorden.

Joep van de Bool (34)

Mede-eigenaar bij Biologische Tuinderij De Woag

Joep van de Bool (34) is geboren en getogen op De Waog in Neer. Na een studie Tuin- en Akkerbouw aan de HAS en 5 jaar werken bij een loonbedrijf gespecialiseerd in conservengroenten, ging Joep het familiebedrijf in. Samen met zijn ouders runt hij Biologische Tuinderij De Waog waar een breed scala aan groentegewassen wordt verbouwd.

De kracht van De Waog ligt bij het telen van vroege gewassen en het uitproberen en introduceren van nieuwe gewassen. Zo startten ze in 2014 als een van de eersten met zoete bataat (aardappel), een teelt die goed aansloeg en nu verder wordt uitgebouwd. Naast de tuinderij heeft De Waog een boerderij-supermarkt waar zo'n 2.500 biologische producten worden verkocht.

1. Hoe ben jij bezig met innovatie?

We zijn altijd op zoek naar nieuwe producten. Het klimaat is aan het veranderen, en de teelten die vroeger alleen in Zuid-Europa mogelijk waren zijn vaak nu goed te telen in onze regio.

Bij een nieuwe teelt hoort echter ook vaak een nieuwe markt, of een nieuw marketingverhaal, waarmee je je afnemers moet zien te overtuigen van jouw Nederlands/Limburgse product en niet voor het veelal goedkopere, buitenlandse product. Dit kost vaak veel tijd, energie en doorzettingsvermogen. Maar de voldoening is erg groot als de teelt en ook vooral een goede afzet van het product lukt.

Daarnaast is voor nieuwe teelten vaak geen passende mechanisatie. Hierdoor moet je vaak zelf machines ontwikkelen of verbouwen, of op zoek gaan in het buitenland naar bruikbare mechanisatie. Hetzelfde geldt voor plantgoed, zaaizaden en teeltinformatie. Gelukkig bestaan er sites als GoogleTranslate, waardoor ook ik ineens vloeiend Spaans of Portugees spreek!

Als biologisch bedrijf willen we ook innovatief en milieuvriendelijk investeren en streven we ernaar om in de toekomst CO2-neutraal te zijn. Zo hebben we in 2018 een nieuwe bedrijfsloods gebouwd, met een nieuwe koelinstallatie die restwarmte kan terugwinnen en als warmtepomp kan dienen.

Ook bemesten we al jaren een deel van onze percelen met het maaisel van onze eigen gras/klaver percelen, goed voor opname van stikstof uit de lucht. Het maaisel dient vervolgens weer als voedsel voor het te telen gewas.

2. Wat zou je andere professionals in de agrofood als advies willen geven als ze meer willen innoveren?

Leg contacten in het buitenland, dan bouw je heel snel een groot netwerk op. Hierdoor kom je vaak in aanraking met andere nieuwe teelten. Ik wil altijd een plan B op de plank hebben liggen en niet vastroesten met een teelt, zoals bij talloze vollegrondsteelten de laatste jaren gebeurd is.

Cliché of niet: denk met de consument mee en overtuig jouw afnemer van het potentieel van je product. Dit betekent wel dat je vaker van de 'tractor' af moet komen en je bezig moet houden met zaken die vroeger niet tot de basistaken van een boer/tuinder behoorden.

3. Welke trends en ontwikkelingen gaan volgens jou grote impact hebben op de agrofood in de komende 20 jaar?

De vegan-trend is op dit moment zeer sterk in opkomst. Hoewel ook ik kan genieten van een lekker stukje vlees, besef ik wel dat als iedereen in de wereld, 7 dagen in de week, een fatsoenlijk stuk vlees wil eten, dat dit niet goed komt.
Ik ben er daarom voorstander van om wat minder vlees, maar dan wel kwalitatief beter vlees te eten. Met groenten en fruit kun je voldoende aanvullen. Er zijn daarbij nog talloze kansen en mogelijkheden voor het introduceren van nieuwe producten en gerechten.

Een andere ontwikkeling is dat jongeren liever voor 'convenience food' gaan; alles moet snel en gemakkelijk. De afstand tussen het product en het uiteindelijk te maken gerecht wordt zo steeds groter. Meer aandacht voor de herkomst van onze voeding in het onderwijs is daarom belangrijk, zodat de consument weer weet hoe de dagelijkse boodschappen geproduceerd worden.

4. Wat is er volgens jou nodig om de innovatie in de Limburgse agrofood te versnellen en/of te versterken?

In Limburg zijn al tal van innovatieve bedrijven gevestigd die uitblinken in het introduceren van nieuwe producten/technieken in de land- en tuinbouw.

Misschien liggen er kansen om het merk “Limburg” nog meer te gaan gebruiken, net zoals dat in Italië veel gedaan wordt. Hiermee moet een soort van gevoel te gecreëerd worden van eerlijkheid, ambachtelijkheid en het bourgondische leven.

Het is in mijn ogen ook belangrijk dat de bedrijven de samenwerking aan gaan met scholen, om te voorkomen dat het toekomstige personeel weggaat uit deze provincie. Zonder goed personeel kun je het vergeten in de toekomst.

Daarnaast biedt de provincie tal van subsidies aan waarmee je innovaties en nieuwe teelten/producten kan bekostigen. Zelf hebben we hiervoor met ons plan: “Innovatie van de teelt, verwerking en afzet van de groente Zoete Bataat” ook succesvol ingeschreven op een POP3 subsidie. Het is niet zomaar een zak geld die je in je handen krijgt gedrukt, want er gaat veel werk aan vooraf. Maar het helpt je wel om knopen door te hakken bij de ontwikkeling van je bedrijf en om sommige investeringen juist wel te doen.

5. Aan welke innovator in de Limburgse agrofood zou jij dezelfde vragen willen voorleggen?

Giel Hermans: hij weet zich in de markt goed te onderscheiden met zijn bedrijven. En als niet boerenzoon zijnde heeft hij veel opgebouwd: een inspiratiebron voor anderen!

Reacties

Dit artikel heeft (nog) geen reacties.
Registreer of log in om te kunnen reageren.

Tags

  • de Woag
  • biologisch
  • nieuwe teelten
  • POP3 subsidie
  • zoete aardappel